In de map (Archief)

Zondag Laetare, 22 maart 2020

De Schola Cantorum, het zanggezelschap van heren van Gli Uccelli dat zich toelegt op het Gregoriaans, zou op 22 maart zingen. Zou, want het gaat niet door. De kerk blijft leeg deze zondag laetare. Wij zwijgen en onthouden ons van samenzang. Deze vastentijd krijgt ongewild een wonderlijke dubbele lading. Zo hadden we onthouding nog niet eerder beleefd. We zoeken nu harmonie in social distancing, afstand houden van elkaar, in plaats van de saamhorigheid van onze kerk.

Zondag laetare, de vierde zondag van de Vasten en daarmee het moment waarop de eerste helft overgaat in de tweede. Halfvasten heet het daarom ook wel. Een moment van vreugde en verheugen want van nu af zit het grootste deel erop en is de eindstreep nader dan het begin. Halverwege zijn we. ‘Laetare Jerusalem’ jubelt het introïtus.

Halverwege is ook een vreemd moment, moeilijk te duiden. Is het een piek en gaat het nu bergafwaarts? Of moeten we ons bedenken – als we dat zouden kunnen – en keren in plaats van verder te dwalen? Misschien is halverwege een dal, een tranendal? En lonkt de weg naar boven.

“Al ga ik door een donker dal, ik vrees niet,” zingt David. Psalm 23 zouden we morgen zingen, volgens de liturgische kalender. Een geliefde psalm, velen herkennen zich er blijkbaar in, wij ook. Gli Uccelli heeft de bekende versie van Howard Goodall op het repertoire. Het lied bezingt de eeuwigheid als een groene weide, een vredig water, een overvloeiende beker, een huis tot in lengte van dagen.

Maar halverwege, tussen de grazige weide en het veilige huis, is dat dal, dat donkere dal. Halverwege is geen vrolijk moment in de psalm. Het is een angstig moment. Met David zingen we dat we niet bang zijn. Maar we weten wel beter. Angst en twijfel bekruipen ons. Waar is Zijn stok, Zijn staf? Halverwege gaat lang duren dit jaar.

Arjen Kok, 21 maart 2020

 

De introïtus Laetare Jerusalem gezongen door één stem, Marek Klein https://www.youtube.com/watch?v=IXhIPtK9ABc

En tweestemmig, gezongen door vrouwenkoor Discantus https://www.youtube.com/watch?v=huzrblil90A

The Lord is my shepherd van Howard Goodall door The Georgia Boy Choir in de kathedraal van Uppsala https://www.youtube.com/watch?v=7O1nijBP7LE

 

Transeamus

Hubert Cuijpers

 

Transeamus usque Bethlehem

et videamus hoc verbum quod factum est

Mariam et Joseph et Infantem positum in praesepio.

Transeamus, audiamus 

multitudinem militiae coelestis laudantium Deo

 

Gloria in excelsis Deo

Et in terra paxominibus

Bonea volutaties

Et in terra pax

Gloria

 

Nederlandse vertaling TRANSEAMUS

 

Laat ons naar Bethlehem gaan

En het woord aanschouwen dat (mens) geworden is

Maria en Jozef en het Kind,

in een kribbe gelegd

Laat ons gaan aanhoren de menigte

van Hemelse Heerscharen die God loven

Maria en Jozef en het Kind,

in een kribbe gelegd

Ere, Ere zij God in den Hoge

Ere, Ere en vrede op aarde voor de mensen

van goede wil, en vrede op aarde

Laat ons gaan en zien wat gebeurd is.

 

Kerstverhaal / Transeamus Joost van Velzen − 21/12/05, 11:43

Hij had een hekel aan 25 december gekregen, sinds het nieuwe kerstfeest was ingevoerd. Cyrianus woonde in Rome, een man van de oude stempel. Zijn familie had al vroeg het christelijk geloof aangenomen. Apostel Paulus had een voorvader van hem nog de groeten gedaan. In een brief geschreven in het Grieks.

Sindsdien had Rome een metamorfose ondergaan. Was Grieks vanouds de taal van de vreemdelingen, nu gebruikte iedereen de taal van de autochtonen, het Latijn. Rome daalde ondertussen sterk in aanzien. Onder keizer Diocletianus werd Byzantium hoofdstad van het rijk. Veel hoogwaardigheidsbekleders verhuisden. Diocletianus vervolgde de kerk. Gelukkig maakte keizer Constantijn daaraan een einde. Dat had echter tot gevolg, dat nu ook Christenen naar Byzantium afreisden – dat overigens Constantinopolis ging heten. Polis is het Griekse woord voor stad.

Cyriacus kon moeilijk met alle veranderingen meegaan. Thuis bleef hij de taal van Paulus spreken.In Rome waren meer kerkmensen die diensten in het Grieks wensten. Ze kwamen samen in een huis aan de voet van de Palatijnse heuvel. Cyrianus deed daar het werk van een custos, een koster. Tijdens Diocletianus was dat een gevaarlijk baantje geweest. Toen was custos meer een‘bewaker’. Cyrianus moest de gemeente bijtijds waarschuwen, als de keizerlijke garde het huis omsingelde. Jammer genoeg kon de grootmoeder van Cyriacus, Anastasia, niet vluchten. Zij stierf de martelaarsdood. Toen de vervolging was beëindigd, werd het huis bij de Palatijn ‘kerk van de heilige Anastasia’. Elk jaar op de 25ste december, de dag van haar dood, werd hier ter ere van haar een sfeervolle dienst gehouden. De bisschop was daarbij aanwezig, alsmede vertegenwoordigers van de buurkerken. De Bijbellezing kwam uit Paulus’ brief aan Titus. Het derde hoofdstuk ging over de betekenis van de naam Anastasia. Anastasia is Grieks voor ’opstanding’ oftewel ‘wedergeboorte’.

De dienst ter ere van grootmoeder Anastasia kreeg concurrentie. De Christenen werden niet meer vervolgd, maar dat had zijn prijs. Veel van Constantijns soldaten kwamen uit Brittannië, vereerden de Onoverwinnelijke Zon. Die gaf, hoe meer het winter werd, in het koude noorden nauwelijks warmte. Maar 25 december bracht de ommekeer. Die dag wilden de soldaten een heilige, een vrije dag, een holiday. Ja, ze eisten dat voor alle rijksbewoners iedere eerste dag van de week een rustdag werd. De kerkmensen konden daarmee toch instemmen? Die eerste dag werd door hen dimanche ‘dag van de Heer’ genoemd. De heidenen noemden hem zondag.

25 december een vrije dag. Moesten alle Romeinse Christenen dan de kerk van Anastasia bezoeken? Ook die alleen Latijn verstonden? De bisschop verzon een alternatief. Een mis in de pasgebouwde Pietersbasiliek op het Vaticaan. Daar klonk Johannes 1. Daar werd gesproken over het waarachtige licht, dat in de wereld was verschenen. Dat licht was Christus, niet de zon. De bijeenkomst in de Anastasiakerk werd naar de dageraad verplaatst. Die in de Pieterskerk begon later en werd voornamelijk door intellectuelen bezocht.

Het ongeletterde volk trok liever de nacht daarvoor naar een huiskerk op de heuvel Esquilijn. Daar bevond zich in de kelder, de crypte, een plank van de kribbe waarin Jezus was geboren. De moeder van keizer Constantijn had een reis naar Bethlehem gemaakt en dit souvenir, deze reliek, meegenomen. Men deed in de nachtdienst net alsof Jezus toen was geboren! De bisschop zag hier geen kwaad in. De derde mis kreeg Lukas 2 – over de kribbe – als lezing.

Cyriacus vond die nieuwigheden maar niets. Op de feestkalender van de kerk stonden de data van de heiligen, waarop ze waren herboren, niet geboren. Geboortefeesten waren volgens de Bijbel voor tirannen. Dat woord ‘herboren’ klonk bij de liturgie voor Anastasia; het kwam uit Paulus’ brief aan Titus, hoofdstuk 3. Cyriacus zag tot zijn verdriet het aantal bezoekers van de dageraadsdienst slinken. De kerk van Rome werd langzamerhand totaal verwesterd! De dagdienst vond hij te filosofisch. Welke gewone Christen kon zoiets aanspreken? De nachtdienst vond hij sentimenteel. De aandacht voor dat hout was nergens goed voor. In beide diensten ontbrak actie. Elke goede kerkdienst heeft toch als doel, dat mensen zich inzetten voor Christus’ gerechtigheid?

Toen werd de bisschop – hij heette Silvester - zo oud, dat hij niet alle drie diensten op kerst kon bijwonen. Hij wilde de dageraadsdienst overslaan. Cyriacus tekende protest aan. Silvester luisterde naar de koster van de Anastasiakerk. Hij vroeg eerst, of de slinkende Anastasia-gemeente niet kon fuseren met de buurgemeente rond de Stefanuskerk. De dienst daar op 26 december leek op die voor Anastasia. Zoals het nu ging op kerst, was het rommelig.

Na afwijzing van Cyriacus deed de bisschop een tweede voorstel. Ik blijf de Anastasiakerk bezoeken. Maar de dienst moet in het Latijn. De epistellezing van Titus 3 handhaaf ik In de nachtmis komt dan Titus 2. Dat sluit beter aan. Omgekeerd: Het evangelie ’s nachts wordt op de dageraad vervolgd. Hoe begint die tekst? Met het woord Transeamus, ‘Laten we in actie komen.’ Dat zeiden de herders tegen elkaar, nadat de engelen het Gloria hadden gezongen. Zo worden de drie diensten één geheel. Cyriacus was tevreden. Silvester was echt een episkopos, bisschop, Grieks voor: man met een ruime blik. Een pontifex, Latijn voor: bruggenbouwer, pastor. Een vader, papa. Maar hij stierf hetzelfde jaar waarop hij het compromis had verzonnen: op 31 december 335. Ook deze dag houdt de kerk van Rome in ere.

 

In de map - september 2019

 

Op zaterdag 28 september heeft Gli Uccelli dienst en ondersteunen we de ziekenzalving in de Antonius Abt. Daarom zit Schubert in de map en wel zijn Deutsche Messe om precies te zijn.

 

Franz Schubert schreef de mis niet speciaal voor de ziekenzalving. Hij kreeg de opdracht van Johan Philip Neumann voor een mis en Neumann schreef ook de tekst van de negen hymnes waar de mis uit bestaat 1. Neumanns wens was een mis die de gewone mensen zouden kunnen begrijpen en vooral ook zou aanspreken. Geen officiële liturgische teksten dus, wel begrijpelijke, direct invoelbare beelden. En dat zijn ze ook. De allereerste regel is meteen raak: “Wohin soll ich mich wenden wenn Gramm und Schmerz mich drücken?” Dat moment van uiterste wanhoop en machteloosheid. Maar ook dat moment van opperste vreugde en dankbaarheid: “Wem künd ich mein Entzücken, wenn freudig pocht mein Herz?” Hier gaat het niet over afstand, dit gaat over direct en intens contact over de diepste emoties die ons overkomen. Daarom is Schuberts Deutsche Messe een juiste keuze voor de ziekenzalving.

 

Maar Schubert is eigenlijk in meer opzichten een toepasselijke keuze. Schubert is een componist wiens werk, maar zeker ook zijn persoonlijke leven, met momenten van leven en dood in verband gebracht kan worden. Zijn Winterreise, de laatste jaren steeds meer gewaardeerd, is een meesterwerk dat precies daarover gaat, de reis naar het einde. Hij schreef het in 1827, hetzelfde jaar waarin de Deutsche Messe uitkwam. De inspiratie, als je dat zo kunt noemen, voor Winterreise putte Schubert uit zijn lichamelijke ellende, zijn aftakeling als gevolg van de syfilis. Tegenwoordig is dat goed te behandelen, toen begrepen medici er nog weinig van. Je moest er mee leven en dat was erg genoeg. Maar als je ten einde raad je toch tot een dokter wendde voor een behandeling was je pas echt de gesjochte. Je werd ingesmeerd met kwik en dan moest de ziekte als het ware uitbroeien. In werkelijkheid kwam het neer op een marteldood door kwikvergiftiging. Schubert was 31 toen hij deze martelgang waarschijnlijk doormaakte.

En dan had Schubert nog de nodige mentale malheur. Ups en downs, moodswings, diepe depressies, periodes van grote creativiteit en productiviteit afgewisseld met diepdonkere dagen vol melancholie. Tegenwoordig zou Schubert waarschijnlijk Prozac voorgeschreven krijgen. Toen moest hij het gewoon ondergaan en er maar uit zien te komen. Het is het lot van veel kunstenaars om geboren te zijn onder het teken van Saturnus, de god van de melancholie 2. Het is een van de ondoorgrondelijke paradoxen van de mens, dat kunst, waar we zoveel troost en welbehagen aan ontlenen, zo vaak gemaakt wordt door mensen die er voor moeten lijden.

 

Voor wie de dood zonder al te veel angst en pijn tegemoet kan treden is de ziekenzalving een geruststelling. Het bevestigt wat je weet, dat het zo goed is, dat het zo moet zijn. Het is een goed gevoel om op dat moment te weten dat je het niet alleen hoeft door te maken.

Maar als je hier op aarde al de hel hebt moeten meemaken, zoals Schubert, wat houdt de ziekenzalving dan in? Wat betekent de ziekenzalving voor mensen die lichamelijk of geestelijk door diepe dalen moeten gaan? Het zal voor iedereen anders zijn, maar Schubert heeft muziek geschreven die een antwoord biedt op die vraag. Zowel voor diegenen die hun deel aan verdriet in dit aardse tranendal moesten ondergaan, maar ook voor de mensen die het wellicht gemakkelijker hebben gehad, is zijn muziek troostrijk.

Daarom is het goed dat Gli Uccelli op zaterdag 28 september, wanneer we het heilig sacrament van de ziekenzalving kunnen ontvangen, de Deutsche Messe van Schubert zingt.

 

Arjen Kok

29 augustus 2019

 

1 - Zie Wikipedia over de Deutsche Messe, Schubert en Neumann. (helaas niet allemaal in het Nederlands)

2 - Margaret and Rudolf Wittkower, Born under Saturn, 1963. Zie voor een indruk https://www.goodreads.com/book/show/204770.Born_Under_Saturn

_____________________________________________________________________________________________

In de map – zomer 2019

Op 23 juni nam dirigent Richard Ram Gli Uccelli mee naar de Parkstraatkerk, de Heilige Jacobus de Meerdere. Samen met Cantemus Domine zongen we de Missa Sine Nomine II van Herman Strategier. Het is een mis voor koor, orgel en koper. Die blazers zijn van belang. Want die dag vierden we daar met z’n allen de Pausmis. Met deze mis wordt – een verzoek van de Pauselijke Nuntius - de verkiezing van onze paus herdacht. En daar horen triomfantelijke klanken bij, uit de hoogtijdagen van het rijke roomse leven. Dus daarom zat Herman Strategier in de map.

Strategiers Missa Sine Nomine II dateert uit 1962, 4 juni om precies te zijn 1. Dat was een andere tijd voor Rooms-Katholieken. Het Tweede Vaticaans Concilie moest nog beginnen en het leek er toen op dat alles wel bij het oude zou blijven. En wat Strategier betreft zou dat ook helemaal geen probleem zijn. Integendeel. Die zomer werd hij vijftig, hij genoot van zijn positie als organist en dirigent van de kathedrale Catherijnekerk in Utrecht en zijn werk als docent aan de kerkelijke muziekopleiding en het conservatorium. Voor iemand die zijn carriere moest opbouwen in de oorlog 2 en de wederopbouw moet het een jaar van vertrouwen en voldoening zijn geweest.

Maar alles zou veranderen. En het is Strategier niet in de koude kleren gaan zitten. “De overgang van de Latijnse naar de Nederlandse liturgie in de jaren zestig was voor Strategier de oorzaak (van het ontstaan) van een mentale crisis, die hij pas een tiental jaren later (dankzij veel gesprekken met broeder Willibrord) overwon.”3

Mijn vraag is: wat betekent deze kennis nu voor onze waardering van zijn werk? Beleven we het zingen van de mis – daar, in de Parkstraatkerk met z’n neogotische grandeur, het priesterkoor gevuld met bemijterde bisschoppen en vendelzwaaiers met pauselijk gekleurde vlaggen – anders, intenser, echter? Of juist als een anachronisme, als niet van deze tijd?

Het is een van de interessante vraagstukken waar (kunst)historici zich over buigen de laatste tijd: heeft het persoonlijke leven en welzijn van de persoon in kwestie, de grote staatsman, de eminente wetenschapper, de geniale kunstenaar – in dit geval dus de componist Herman Strategier – een relevante invloed op de historische feiten? Als ik denk aan Churchill, dan lijkt me dat evident. En ook Vincent van Gogh vind ik een bewijs dat de persoonlijke gemoedstoestanden het werk van de kunstenaar vormen, sturen, misschien zelfs in essentie bepalen. Maar Herman Strategier?

Onbedoeld voert Gli Uccelli een interessant experiment uit deze zomer. Want op zondag 25 augustus zingen we de Missa Sine Nomine II nog een keer.

In een andere kerk, onze eigen neo-expressionistische St Antonius Abt, zonder bisschoppen en zonder vendelzwaaiers. En zonder koperblazers. Kaal, ontdaan van alle triomfantelijkheid van het rijke Roomse leven. Hoe komt Strategiers mis over als Gli Uccelli het helemaal alleen moet doen, alleen met Richard Ram als organist? Zelfs de taal is anders. In de Parkstraatkerk werd een Latijnse mis opgedragen. In de Antonius Abt zal het Nederlands zijn.

Op 23 juni keerden we voor even terug naar een tijd waarin Rome soeverein was. Twee maanden later maken we een tijdreis van meer dan een halve eeuw. Alles is anders op 25 augustus. Alleen Strategiers Missa Sine Nomine II is hetzelfde. En Gli Uccelli natuurlijk.

Of toch niet??

 

Arjen Kok

29 juni 2019

 

Herman Strategier mag zich verheugen in de belangstelling van een schare liefhebbers en kenners. Op de website www.hermanstrategier.nl tref je de vruchten van hun toewijding.

1 http://www.hermanstrategier.nl/oeuvre/werkenlijst-herman-strategier.pdf

2 Strategier maakte onder meer mee dat zijn leermeester Hendrik Andriessen gegijzeld werd in kamp Vught en hij werkte samen met Annie Bank, zijn latere muziekuitgever, in de illegaliteit.

3 Maaike van Ooijen, Herman Strategier (1912-1988), het leven van een ‘muzikant’ 2012 (masterthesis)

_____________________________________________________________________________________________

In de map – Mei 2019

Madonna de Claritate van Marco Enrico Bossi

Het is mei en Gli Uccelli bezingt de Vrouwe van het Heldere Licht, de heilige Clara. Op zondag 26 mei zingen we in de mis het lied dat Marco Bossi componeerde ter ere van Clara: de Madonna de Claritate. “ Chiara”, zingen we, “ la terra scura schiara del tuo chiaror.”

Ik ken geen mooiere kerk dan de Antonius Abt in Scheveningen om de lof te zingen van het Licht. Alles ademt daar licht. Het hele kerkgebouw is ontworpen rond het gegeven dat God het Licht in de wereld is en wij ons mogen koesteren in zijn Goddelijke stralen. Kijk naar de ramen. Daar zie je steeds een edelsteen die de zonnestralen naar alle kanten kaatst met z’n facetten. Kijk naar dat weergaloze mozaïek dat fonkelt door de glorierijke opgestane Heer. Zelfs het gewelf lijkt op een kristal die het licht vangt en verspreidt.

Iedere keer als ik dat gesloten en ongenaakbare gebouw binnenkom overvalt mij een gevoel van openbaring. Het is alsof je een andere wereld binnenstapt, een wereld waarin de duisternis en het schemer geen plaats hebben. Hier is het licht het middelpunt en het giet zijn stralen uit over eenieder die binnentreedt. Dit kerkgebouw heeft de gave om je te laten voelen dat jij ook zo’n steen kunt zijn die flonkert en sprankelt. Hier beleef je de zegen van Aäron - “moge de Heer het licht van zijn gelaat over u doen schijnen” – iedere keer als je er bent. Wat kan een kerkgebouw nog meer dan het gevoel overbrengen dat jij in Zijn licht staat?

Op 18 januari 1888 was Bossi in Assisi en liet hij zich inspireren door de middeleeuwse dichtregels die de devotie voor de heilige Clara uitdrukken in de geest van Sint Franciscus. Die regels drukken onverholen verering uit en passen daarom goed in het late negentiende eeuwse katholicisme. Maar er spreekt ook de onbekommerde overgave uit die Franciscus predikte. Laat dat Licht maar over je heen klateren. Meer hoeft even niet van Hem.

 

Arjen Kok

21 mei 2019

Een week eerder speelde Emöke Tavassy, een van onze sopranen, in de Messiaskerk in Wassenaar. Ook dat kerkgebouw is een feest van licht. Het pianospel was ter gelegenheid van de opening van de expositie van Bauwke Zijlstra. Als dank kreeg Emöke dit kunstwerk mee. De tentoonstelling is nog te bezichtigen op 1 en 8 juni van 15 tot 17 uur.

_____________________________________________________________________________________________

In de map - april 2019 (Pasen)

Haec Dies van Jan Dismas Zelenka

Pasen nadert en daarom heeft Gli Uccelli Haec Dies van Jan Dismas Zelenka (1679-1745) in de map zitten. We zullen het zingen op zondag 21 april in de Antonius Abt I. Het wordt een mooie Paasmis, met een missa brevis van Mozart en Tenuisti Manum van Michael Haydn. En Zelenka dus.

Van Zelenka’s leven is weinig bekend II. Maar we weten in ieder geval wel dat zijn ouders hem de naam Dismas gaven. Want zo heet hij. Geen gangbare naam, zou ik zeggen. Althans, ik ken niemand die zo heet III. Het blijkt de naam van de Goede Moordenaar, zo leer ik als ik het opzoek op internet. Daar moet ik even op kauwen. Wat maakt dat je je zoon vernoemt naar een moordenaar? Zijn ouders zullen niet alleen maar tegen elkaar gezegd hebben: “Dismas, Dismas, mmm, leuke naam, klinkt goed, ja, we zijn eruit, we noemen hem Jan Dismas”. Je drukt er hoe dan ook iets mee uit en in die tijd zal men zich meer bewust zijn geweest van de betekenis dan nu.

Jan Dismas Zelenka moet zich ook bewust zijn geweest van de verwijzing die zijn naam bevat. Hij zal het misschien niet dagelijks gedacht hebben. Maar zo nu en dan zal het door hem heengegaan zijn. Bijvoorbeeld wanneer hij een nieuwe compositie ondertekende met Jan Dismas Zelenka. “Jan”, moet hij bij zichzelf gedacht hebben, “denk nou maar niet dat je beter bent dan de anderen omdat je weer een mooi kerklied hebt geschreven, zelfs al zal het over drie eeuwen nog gezongen worden door een koor in Scheveningen. Echt, je bent net zo’n onbeduidende sterveling als de Goede Moordenaar. Onthoud dat.”

Rembrandt van Rijn, De drie kruisen, 1653, ets, collectie Rijksmuseum Amsterdam

 

De Goede Moordenaar is een bijfiguur, een voetnoot in de geschiedenis IV. Zijn rol en betekenis is – als alle bijfiguren – op de eerste plaats om de hoofdfiguur tot z’n recht te laten komen. En daarom is hij bij uitstek iemand om je als gewone sterveling mee te identificeren. De Goede Moordenaar duikt op in het Lucas Evangelie, hoofdstuk 23, vers 32, als een van twee booswichten die toevallig op die dag aan de beurt waren om gehangen te worden. Wisten zij veel dat het Goede Vrijdag was. Maar als iemand in een Halleluja zou uitbarsten omdat hij de dag dankt die de Heer heeft gemaakt, dan zou dat Dismas zijn, denk ik. Die heeft wel zo’n mazzel gehad dat hij precies op die dag aan het kruis hing.

Toch is het een moment van grote betekenis voor ons allemaal. De woorden die dan – op dat moment van diepe duisternis en eenzaamheid, dat uur van de dood - worden uitgesproken behoren tot de meest troostrijke die ik uit de Bijbel ken. ‘Jezus, denk aan mij, wanneer gij in uw koninkrijk gekomen zijt.’ En Jezus sprak tot hem: ‘Voorwaar, Ik zeg u: Vandaag zult gij nog met mij zijn in het paradijs’.

In het Openluchtmuseum in Arnhem heb je café en tramhalte De Goede Moordenaar. Waarom De Goede Moordenaar, vraag je je af, als je er naar binnen stapt voor een kop koffie met appelgebak. Misschien als hint aan de klanten? Zoiets van: neem het er nu maar van, als je op het aller- allerlaatste moment er maar aan denkt om tot inkeer te komen en vergiffenis te vragen. Dan komt het uiteindelijk allemaal goed. Hoe katholiek wil je het hebben? Kijk, dat onbekommerde, dat vind ik ook troostrijk.

Arjen Kok

 

In de map belicht een lied dat Gli Uccelli op dat moment in de repetitiemap heeft zitten. Meestal wordt het binnenkort ten gehore gebracht. Hier treft u alle data waarop u naar Gli Uccelli kunt komen luisteren. Van harte welkom.

Haec Dies is de graduale van Pasen. De compositie van Jan Dismas Zelenka is uit 1730 en draagt nummer ZWV 169.

II Er ontstaat weer meer belangstelling voor het werk van Zelenka, vertelde Richard Ram, onze dirigent. Wie meer over Zelenka en zijn muzikale oeuvre wil weten kan terecht bij de website www.jdzelenka.net. Daar is ook – onder het tabblad ‘works to hear’ - een link te vinden naar een keuze van Zelenka’s composities op Youtube.

III https://www.behindthename.com/name/dismas

IV Hoe Dismas het als anonieme bijfiguur tot heilige heeft weten te brengen lees je in https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/de-goede-moordenaar-als-heilige~b307c73d/